Puk van de Wouw vertrekt in haar werk vanuit een interesse voor intieme privésferen die zij beschrijft als: plekken van rust en verlangen, maar ook schaamte en ongemak. Ze richt zich specifiek op die onzichtbare – en soms onsmakelijke - momenten die zich buiten het publieke blikveld afspelen, maar fundamenteel zijn in het menselijk bestaan. Met speelse installaties creëert zij situaties waarin het alledaagse wordt geëerd en tegelijkertijd uitvergroot. In de ruimte die ontstaat zijn de verhoudingen tussen installatie, performer en publiek kwetsbaar en ongelijkwaardig, misschien zelfs voyeuristisch. Het werk van Puk balanceert zo tussen aantrekking en afstoting dat uitnodigt tot reflectie op thema’s zoals nabijheid, perversiteit en de fragiele grens tussen deelnemen en kijken.
Tekst door Esther van Rosmalen
